Hella de Jonge: kunstwerken van ziel tot ziel
Dichter bij hun ziel, zo heet de expositie met kunstwerken van Hella de Jonge-Asser die 17 september opende in het Verzetsmuseum Amsterdam en daar te zien is tot en met zondag 7 februari 2027. Ook is er een lijvig, rijk geïllustreerd boek verschenen in het Nederlands en het Engels met dezelfde titel: Dichter bij hun ziel/Closer to their souls. Hella de Jonge heeft het in eigen beheer uitgegeven. In het eerste weekend van de expositie ontving ze hoog bezoek: koningin Máxima! Het kan niet op! Komt allen!
door Anne-Rose Mater-Bantzinger
Hella de Jonge (77) heeft gedanst, is opgeleid tot beeldend kunstenaar en edelsmid, ze is beeldhouwer en ze ontwerpt sinds 1980 alle kostuums en decors voor de voorstellingen van haar echtgenoot. Freek en Hella de Jonge werken al decennia nauw samen, maar ze is veel meer dan ‘de vrouw van’. Véél meer. Hella de Jonge speelt ook nog eens viool, maakt zeer persoonlijke documentaires – zoals Verlies niet de moed, samen met haar vader Eli Asser over het oorlogsverleden van de familie – en ze schreef meerdere autobiografische boeken, zoals Los van de Wereld en Spring.
Lief en leed – van anderen en van zichzelf
Ik ben zeer onder de indruk van haar expositie in het Verzetsmuseum. Het is bewonderenswaardig hoe deze buitengewoon creatieve vrouw met haar kunstwerken in het diepe is gesprongen om het lief en leed van haar Joodse familie Asser en Croiset (de meisjesnaam van haar moeder was Croiset) te vereeuwigen. Dit alles in relatie tot haar eigen leven, waarin ze ook veel lief en leed meemaakte. Jork, het tweede kind van Hella en haar grote liefde Freek stief plotseling in de kinderwagen, toen hij slechts drie maanden oud was. Ook verschrikkelijk was de dood van haar kleindochter Maggie. Zij overleed op zevenjarige leeftijd na een hartoperatie. Op de tentoonstellingen hangen ook portretten van Maggie. Hella schrijft in het boek: “Ze was zo wijs, ze leerde me hoe ik oma kon zijn”.
In het werk van Hella de Jonge komen persoonlijke geschiedenis en collectieve herinnering samen. Ze onderzoekt de doorwerking van oorlog en familieverleden. En ze geeft een stem aan wie ontbreekt of verzwegen werd. Intiem en universeel, verbindend en troostrijk. De middag die aan de opening vooraf ging, liep ik met Hella door de expositie. Er hangen circa dertig schilderijen en er zijn beelden en driedimensionale werken, waarin tutu’s en balletspitzen zijn verwerkt. De ontroerende kunstwerken zijn kleurrijk en flamboyant, net zoals Hella de Jonge zelf is. Het karakter van deze sterke vrouw is uitbundig en vol zelfvertrouwen.
Oma Lientje en de anderen
Ze heeft op veel van de krachtige, figuratieve schilderijen familieleden van haar beide ouders geportretteerd. De kleine Hella was in haar jeugd gefascineerd door een portret van oma Lientje (de moeder van haar moeder), dat in haar ouderlijk huis in de woonkamer hing. “Voor mijn moeder gaf het portret aan de muur nog enig houvast in het leven,” schrijft ze in het boek. “Deze vrouw had de oorlog niet overleefd. ‘Vermoord’ was het woord dat ik vaak hoorde”. Nadat Hella in het begin van dit decennium getroffen was door long covid, schilderde ze haar eigen portret van oma Lientje. Ze schrijft: “Toen ik vond dat het portret af was, werd ik gretiger. Ik wilde meer van Lientje ontdekken en hoe vaker ik haar portretteerde hoe dichter ik bij haar ziel kwam”.
Daarna kwamen er meer portretten van andere familieleden die Hella de Jonge die in de oorlog in concentratiekampen zijn vermoord. Zoals haar oudoom David Miller en zijn vrouw Clara, Rebecca Asser (de jongere zus van haar vader) en Abraham Miller, haar overgrootvader die met een andere man – de naam is onbekend gebleven – als het duo Carel en Carels optraden als zogeheten ‘simultane duettisten’. Dat wil zeggen: twee mannen die als komisch theaterduo tegelijkertijd en identiek bewogen.
Hella vond pas op latere leeftijd foto’s van het duo Carel en Carels in een doos in het huis van haar hoogbejaarde vader Eli. Eerder had ze nog nooit van deze mannen gehoord. Ze ontdekte in de doos nog veel meer, waaronder een afscheidsbrief die Abraham Miller en zijn vrouw Eva aan hun kinderen schreven: “Leef met Gods zegen (…) Als jullie ons niet meer zien later dan denk aan ons met jullie kinderliefde”. Ze portretteerde het duo Carel en Carels in rode spreekstalmeesterjassen in identieke houdingen, terwijl de onbekende helft van het duo in zijn hand een lint van balletspitzen vasthoudt. Dit zijn echte afgedragen spitzen, die ze kreeg van Het Nationale Ballet.
Ze schrijft in het boek: “Het raakt me dat mijn overgrootvader optrad, zoals ik geluk vond in dansen”. Ze schrijft ook dat ze zich realiseerde dat materiaalkeuze in haar werk onbegrensd is, nadat ze de tentoonstelling van Anselm Kiefer in het Stedelijk Museum en het Van Gogh Museum had bezocht: “Het brave schoolse mocht ik loslaten. […..] In de tuin knipte ik uitgeschoten gedroogde grassprieten af en vermengde ze met lijm. Bijna vergeten lapjes kon ik opeens hergebruiken. Ik boorde gaten in het doek en met naald en draad borduurde ik er bloemen op”.
Creativiteit en zielsverwantschap
Bij het maken van veel portretten liet ze zich leiden door creativiteit, fantasie en vooral een gevoel van zielsverwantschap. Hella zegt: “Tijdens het schilderen is het of ik mijn familie bij iedere streek beter leer kennen.” Haar penseel wordt vaak geleid door een externe kracht die buiten haar om gaat. Op het schilderij, getiteld Veerkracht, zie je een vrouw die viool speelt en die veel op Hella de Jonge zelf lijkt. “Dit werd een zelfportret zonder dat ik het zo bedoelde”, zegt ze. “Om de vrouw heen stort de wereld in, maar ze speelt door. Creativiteit is voor mij een reddingsboei geweest: tekenen, schilderen, eindeloos vioolspelen, dansen tot ik erbij neerviel”.
Ze combineerde in dit ‘zelfportret’, dat ze in 2024 maakte, de verwoesting in Gaza met de kracht van creativiteit. Het doek doet een beetje Chagall-achtig aan, maar dan met verwoesting als achtergrond in plaats van, zoals op de doeken van Chagall, sprookjesachtige, feëerieke figuren. Bijzonder is dat de zoom van de lange jurk van de vrouw als een beeldhouwwerk buiten het doek treedt. Het lijfje van de jurk is versierd met borduurwerk en kraaltjes. Dat geldt ook voor de krans in haar haar. Hella de Jonge zegt dat violiste Vera Beths, toen ze dit werk zag, opmerkte dat de vrouw op het schilderij haar viool correct vasthoudt. Een groot compliment, vond ze dat.
Mazzel en inventiviteit
Een terugkerende thema in haar kunstwerken is hoe oorlog kinderen beïnvloedt. Niet alleen door bombardementen, massamoord en de nood om te vluchten, maar ook later door oorlogstrauma’s. Hella de Jonge schildert en boetseert vaak kinderen en baby’s, poppen en poppenwagens. Haar ouders waren Joodse Amsterdammers die door mazzel en inventiviteit de oorlog hebben overleefd.
Met inventiviteit bedoel ik dat haar ouders de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch, waar ze in 1943 werkten, ternauwernood ontvluchtten voorafgaande aan de dag dat ze wisten dat alle patiënten en personeelsleden door de nazi’s zouden worden gedeporteerd. Eli Asser en Eva ‘Eefje’ Croiset – toen al zijn vriendin – hadden in de inrichting gewerkt als verpleger en schoonmaker. De vlucht redde hun levens, want de andere verplegers en alle patiënten werden de volgende dag gedeporteerd en vermoord op dezelfde dag dat ze in Auschwitz aankwamen.
In haar jeugd hebben haar ouders Hella nooit verteld wat ze in de oorlog hebben meegemaakt. Hella ervoer de sfeer in het gezin als kil en ze vond haar ouders erg streng. Het kleine meisje had de drang om te leven, te dansen, onvoorzichtig te doen. Dat botste. Ze schreef er boeken over, zoals in 2006 Los van de Wereld en in 2012 het vervolg Spring. De tegenstelling tussen de uiterlijk vrolijke tekstschrijver Eli Asser – hij schreef onder meer de populaire tv-serie ’t Schaep met de 5 Pooten en hij bedacht het Wim Sonneveld-personage Willem Parel – en de werkelijke gezinssituatie van twee ouders met een onderduikverleden was groot. In 2014 maakte ze de indrukwekkende documentaire Verlies niet de moed, waarin haar toen al hoogbejaarde vader haar eindelijk vertelde over de oorlog en waarin ze met hem onder meer Kamp Westerbork en het Apeldoornsche Bos – nu ook een herinneringscentrum – bezocht.
Kinderen en onschuld
Niet alleen het verleden en familieleden spelen een hoofdrol in de schilderijen van Hella de Jonge. Ze heeft ook oog voor het heden. Voor oorlog en vluchtelingen in de Oekraïne, Gaza en Israël, de terreur van de Taliban in Afghanistan. Op het kunstwerk Opgejaagd uit 2025 slaan mensen in Gaza in lange rijen op de vlucht. Ze storten zich radeloos van een heuvel af, met op de achtergrond kapotgeschoten huizen en op de voorgrond een naakte figuur met een driedimensionaal hoofd en eronder nog een driedimensionaal hoofd en een hand.
Aangrijpend is het schilderij Heden en Verleden met twee treinen: rechts een vrouw en een kindje in een veewagon en links een meisje in moderne kleren met een pop. Zij zit ook in een trein en zij is op de vlucht. Hella de Jonge schilderde het eind februari 2022, een dag nadat Rusland de Oekraïne was binnengevallen.
Een ander werk – in feite een aanklacht tegen het beleid van Netanyahu – is getiteld Voedeltransport. Ze schrijft in het boek: “Uithongering als wapen is gruwelijk. Ik snap niet dat er zoveel haat en wraak is dat ‘de ander’ niet meer als mens wordt gezien. De beelden van mensenmassa’s bij voedselpunten breken mijn hart. Geweld kan nooit de oplossing zijn”. Dood, kinderen en onschuld. Deze elementen lopen als een rode draad door haar werk. Maar ook hoop en vertrouwen. Op het kunstwerk, getiteld Vertrouwen, wordt een baby met vier armen en vier benen opgevangen door drie opengesperde handen. Aan weerszijden bevestigde ze babypoppen – ook met vier armen – en erboven schilderde ze prikkeldraad.
Over dit werk schrijft Hella de Jonge in haar boek: “Wat voelde veiliger dan dat papa of mama je zouden opvangen? Ik miste die zekerheid. Ik was een gewenst, ongewenst kind. Ze gooiden me omhoog. Helaas was er geen vangnet gespannen. […..] Na lang zoeken vond ik het: vertrouwen. Mijn taak was niet in herhaling te vervallen en niet te doen wat me met de paplepel was ingegeven. Ik zou mijn kinderen koste wat kost beschermen”.
Mirjam Eikelenboom, conservator van het Verzetsmuseum, schrijft in het boek dat alles in het werk van Hella de Jonge gaat om het beschermen van kinderen: “Het is een oproep om te leren van het verleden”. De conservator schrijft ook: “De zoektocht van Hella is persoonlijk, maar ook universeel. We gaan allemaal een zoektocht aan naar wie we zijn en hoe we gevormd zijn door ons verleden en generaties voor ons. Hella’s werk is helend voor haar: ze leert familieleden kennen en brengt ze in schilderijen weer samen. Ze schildert een kind op de schoot van een vrouw die haar kleinkinderen nooit gekend heeft. En maakte daarmee een oma van haar. Twee zussen die hun ruzies niet mee bij kunnen leggen staan hand in hand”.
Verzoening
De twee zussen Lientje Croiset-Miller en Ro Miller staan op het schilderij Verzoening hand in hand. Lientje wilde in de oorlog niet onderduiken en werd in Auschwitz vermoord, Ro werkte in de oorlog voor de Joodsche Raad. Ze overleefde oorlog en overleed in 1992. Hella de Jonge schrijft als toelichting bij het portret: “In dit schilderij heb ik mijn oma en haar zus verenigd. […..] Van mijn vader hoorde ik hoeveel ruzie de zussen hadden, maar ik weet ook hoe sterk een familieband kan zijn. Je kunt elkaar niet helemaal loslaten, je deelt een verleden en snapt elkaar. (…) Alleen Ro overleefde de oorlog. In het schilderij breng ik ze weer bij elkaar”.
Terwijl ik naar dit schilderij kijk en de toelichting lees, realiseer ik me hoe pijnlijk het is dat Hella de Jonge zelf al jaren ruzie heeft met haar eigen zus. Ik ken de omstandigheden enigszins en ik heb begrepen dat deze breuk niet te lijmen valt. Uit het citaat hierboven – “ik weet ook hoe sterk een familieband kan zijn. Je kunt elkaar niet helemaal loslaten, je deelt een verleden en snapt elkaar” – maak ik op dat Hella heimelijk en waarschijnlijk tegen beter weten mijmert over een vorm van verzoening met haar zus. Net zoals op het fictieve schilderij van de zusters Lientje en Ro.
Ondertussen blijft het motto van Hella de Jonge: “Mijn leven is werken. Mijn werk is leven. Strijden, vechten, knokken, dansen, stilstaan, ademen”. De meeste van de kunstwerken in het Verzetsmuseum werden eerder tentoongesteld in 2024 in de Dordtse Kunstkerk. Toen heette de expositie Hella de Jonge – Heden en Verleden. Met nadrukkelijk eerst het woord ‘heden’ en daarna ‘verleden’. Ze is er trots op dat de werken nu in het Verzetsmuseum hangen. Aan het einde van haar boek schrijft ze: “Ik laat mijn gedachten gaan over het feit dat ik op mijn 77ste mijn werk tentoon mag stellen in het Verzetsmuseum. Ben ik een verzetsvrouw? Dat bepaalt de ander. Wel voel ik een enorme verwantschap met alle vrouwen die in opstand komen en kwamen tegen ongelijkheid en onrecht.” Kortom: gaat dit zien!
De tentoonstelling ‘Hella de Jonge – Dichter bij hun ziel’ is tot en met zondag 7 februari 2027 in het Verzetsmuseum Amsterdam (Plantage Kerklaan 61). Dit museum – tegenover Artis – is dagelijks open van 10 tot 17 uur (behalve Eerste Kerstdag en Nieuwjaar). Inlichtingen: www.verzetsmuseum.org Het boek ‘Hella de Jonge – Dichter bij hun ziel/Closer to their souls’ is een uitgave van Roje Hel bv (ISBN 9789090426457). Het kost 29,95 euro en telt maar liefst 240 pagina’s. Achterin het boek staan de teksten in het Engels. Het boek is te koop in het Verzetsmuseum en kan besteld worden via www.helladejonge.nl









