Freek de Jonge blijft briljant met Hella aan zijn zijde
Wisten wij veel – dat is de titel van de nieuwe voorstelling en het nieuwe boek van Freek de Jonge (82). Hij speelt de voorstelling tot en met 21 juni 2027, met Hella achter de schermen onverwoestbaar aan zijn zijde. De oude meester blijft een uniek fenomeen.
door Anne-Rose Mater-Bantzinger
Het boek en de voorstelling Wisten wij veel is het vierde deel van de memoires van Freek de Jonge en gaat over de periode van 1969 tot 1980. Rond 1969 begon de roem voor Freek de Jonge en Bram Vermeulen als het duo Neerlands Hoop in Bange Dagen. Hetzelfde jaar ontmoette Freek de liefde van zijn leven: Hella Asser. In 1980 beëindigde hij abrupt de samenwerking met Bram Vermeulen en begon hij zijn solocarrière, met Hella – tot de dag van vandaag – achter de schermen aan zijn zijde.
De periode tussen 1969 en 1980 is, artistiek en emotioneel gezien, een zeer bewogen tijd uit het leven van Freek de Jonge. Hij en Bram Vermeulen werden eind jaren zestig van de vorige eeuw als het duo Neerlands Hoop ‘wereldberoemd in Nederland’ en zijn vriendin Hella bleek de dochter te zijn van Eli en Eefje Asser. Twee Joodse mensen met een onuitwisbaar oorlogstrauma.
Zijn schoonvader was ook nog eens de meest populaire comedy-schijver van Nederland. Eli Asser (1922-2019) was de schepper van onder meer de orgeldraaier Willem Parel voor Wim Sonneveld en de schrijver van het populaire radiohoorspel Mimoza – de afkorting van het ‘Ministerie voor Moeilijke Zaken’ – de enorm populaire televisieserie ’t Schaep met de 5 Pooten. Moeilijk, want de dochter van Eli Asser kwam thuis met een komiek; en dan ook nog eens met een heel ander soort humor dan haar vader.
Briljant als altijd
De oude meester beheerst het toneel nog altijd volkomen met zijn verhalen over vroeger, met zijn emotionele ontboezemingen over lief en leed, met zijn clowneske gekkigheid. Hij frommelt onhandig met attributen, struikelt soms over zijn woorden en is dan weer zeer welbespraakt.
Zijn bewegingen zijn soms ronduit kolderiek, hij vertelt over zijn mateloze bewondering voor Grock en Toon Hermans (ook twee grote clowns), hij memoreert dat Wim Kan na het zien van Neerlands Hoop in diens dagboek smalend schreef dat hij ‘Dram en Preek’ had gezien en hij leest indringende fragmenten voor uit zijn nieuwe boek.
De dood van Jork
Ronduit emotioneel en indrukwekkend is zijn betoog over de dood van hun zoontje Jork in 1974 tijdens een kleine vakantie op Texel. Hella krijste het uit op een duin, toen ze zag dat Jork ‘onnatuurlijk’ in de kinderwagen lag. Freek liep op dat moment een eindje vooruit, huppelend met hun dochter Roosje.
Toen hij Jork in de kinderwagen zag liggen, wist hij meteen dat de baby dood was. Ik citeer uit het boek: ‘Freek: ‘ik pakte de baby uit de wagen en blies mijn adem in zijn mond’. Hella: ‘Ik dacht: wat goed. Aan zoiets zou ik nooit gedacht hebben.’ Freek: ‘Misschien heb ik hem wel opgeblazen. Ik liep het hotel binnen, legde de baby op de balie van de receptie en zei zonder veel klank in mijn stem: “Hij is dood”.’
Jork werd niet ouder dan drie maanden. Hella ondervond geen troost bij haar ouders. De dood van haar zoontje woog in de ogen van haar moeder niet op tegen het leed dat haar eigen familie en de familie van haar man in de Tweede Wereldoorlog was aangedaan. De reactie van Hella was dat ze deur van de woning van haar ouders uit rende en over de leuning van de brug van de Bickerstraat in Amsterdam moest kotsen. Ze zei tegen Freek: ‘Herinner je je wat je op het duin zei? [….] “Dit mag je nooit gebruiken zoals je ouders de oorlog hebben gebruikt”. In het boek schrijft Freek zijn antwoord: ‘O ja, dat. Ik schaam me dood.’ Hella: ‘Hoeft niet, je hebt gelijk.’ Deze samenspraak staat in het boek en maakt deel uit van de voorstelling Wisten wij veel. Aangrijpend.
Freek schrijft in het boek direct na dit fragment: ‘Rouwen is te laat liefhebben/ Geven is zinloos als de ontvanger ontbreekt/ Rouwen heeft zijn schaduwzijden/ gevangen in uitgesleten clichés/ die de vraag oproepen/ waar bemoeit men zich mee?/ Alleen/ alleen rouwen biedt troost/ Zelfs de overledene heeft er niets meer aan/ Het is een egotrip/ Om wat te verantwoorden?/ Wat te willen bewijzen?/ Wie de blaam treft?/ Ons.’
Onvoorwaardelijke toewijding aan zijn talent
Freek profileert zich in de voorstelling en in het boek als ‘onvoorwaardelijk toegewijd aan zijn talent’. Hij benadrukt dat hij probeert om zijn ego van zijn talent gescheiden te houden. Hij memoreert zowel in de voorstelling als in het boek dat hij als jongen voor het eerst optrad. Als conferencier.
Toen maakte hij voor het eerst mee dat hij mensen onbedaarlijk aan het lachen kon maken; eigenlijk zonder er echt moeite voor te doen. Hij zegt en schrijft: ‘Een ervaring die mijn verstand te boven was gegaan, te vergelijken met een roeping.’
Hij schrijft over zijn eigen optreden: ‘Als je de tekst los zag van de presentatie las je wartaal. Liet je de woorden weg dan sloeg de lichaamstaal nergens op. Ik koos voor de onvoorwaardelijke toewijding aan mijn talent. Dat had niets met mijn ego te maken. Het kwam er spontaan uit en viel ook niet te regisseren. Mijn enige handicap was verlegenheid.’
En inderdaad: zodra Freek de Jonge het toneel betreedt, gebeurt er iets magisch. Dat is niet te omschrijven en niet uit te leggen. Het maakt niet uit hij aan het klooien is met rekwisieten of dat hij met grote stelligheid beweert dat het nemen van een penalty – oftewel in de woorden van Johan Cruijff ‘een penantie’ – wél te trainen is.
En dan het boek. Wisten wij veel is het vierde boek in de memoires-reeks van Freek de Jonge. Freek de Jonge beschrijft zijn leven en zijn werk aan de hand van persoonlijke gebeurtenissen en ontmoetingen met voor hem belangrijke mensen. Hij analyseert zijn samenwerking en de pijnlijke breuk met Bram Vermeulen, hij schrijft over lief en leed met zijn grote liefde Hella en haar ouders Eli en Eefje Asser, belevenissen met vrienden, de verhuizing van het gezin De Jonge met twee kinderen naar Muiderberg, zijn plannen met de filmmaker Orlow Seunke en De komiek, zijn eerste solovoorstelling. En nog veel meer.
Is ‘Nahetnu’ het leven na de dood?
Het boek – met op de cover een foto van Carré; nog vóór de verbouwing in de jaren negentig van de vorige eeuw – is meeslepend en boeiend. Je krijgt inzicht in wat Freek de Jonge dreef en drijft tijdens hoogte- en dieptepunten. Het boek eindigt met een intrigerende epiloog, getiteld Nahetnu – de hemel is de hel. In zijn fantasie reist Freek naar het ‘Nahetnu’: ‘Ik klom in het nu in de roes van de flow tot ik boven was’. Is dit het leven na de dood? Hij hoort de stem van Bram: ‘Wat je ook niet moet vergeten, dat zijn de wederzijdse irritaties. Freek moest van mij veel slikken want ik kan een erg druk mannetje zijn, maar andersom waren er ook grote irritaties, zó erg dat ik me soms maar afzonderde. We leidden nogal gescheiden levens’.
Freek schrijft: ‘En toch, Neerlands Hoop, dat pakt niemand ons meer af. […..] We hadden praatjes naar buiten en zwegen naar binnen. […..] Het was ooit Neerlands Hoop tegen de rest/ Neerlands Hoop tegen de rest werd wij tegen de rest/ Wij tegen de rest werd jij en ik tegen de rest/ Jij en ik tegen de rest werd jij en ik tegen elkaar./ Jij en ik tegen elkaar werd ik tegen jou jij tegen mij./ Ik tegen jou jij tegen mij werd wij tegen onszelf./ Het werd een wedstrijd/ het werd een wedstrijd/ het werd een wedstrijd/ die niemand winnen kon.’
Later ontmoet Freek in het ‘Nahetnu’ zijn schoonvader Eli Asser, gezeten achter zijn schrijfmachine. Hij ontmoet zijn moeder: ‘Mam, u hier?’. Een kirrende baby kruipt in zijn richting over door Eli Asser verspreide velletjes papier. De Jonge vraagt: ‘Jork?’ Uiteindelijk komt hij ook Hella tegen in het ‘Nahetnu’. Freek zegt: ‘Je raadt nooit wie hier vlak voor mij ligt? […..] Jork! Eli, achter zijn typemachine. Bram daar met een journalist, mijn moeder neemt stof af’. Freek schrijft hoe Hella zegt: ‘Je hallucineert. Kom, laat je zakken langs het touw. Het publiek is al naar huis’.
De oude stempel
Na afloop van de voorstelling bedankt Freek op het toneel menigeen en uiteindelijk komt Hella het toneel op. Zie de dragende foto van dit stuk, hierboven. Ze corrigeert hem op het toneel: ‘Je vergeet Roosje en Jelle te bedanken’. Dat zijn hun twee kinderen. O ja, die worden vervolgens ook bedankt.
Freek signeert na afloop in de foyer stapels boeken. Hij schrijft in elk boek een persoonlijke opdracht, maar hij zet zijn handtekening met een stempelautomaat. Freek, de oude stempelaar; een uniek fenomeen.
Freek de Jonge: Wisten wij veel, gezien 14 oktober 2026 in de Stadsschouwburg van Haarlem. Op tournee tot en met 28 en 29 december in het DeLaMar in Amsterdam en daarna weer van 7 januari tot en met 21 juni 2027 (inclusief 11, 12 en 13 mei 2027 terug in het DeLaMar).
Freek leest eind oktober ook voor in enkele boekhandels waar hij het boek ook signeert (en stempelt): donderdag 22 oktober in boekhandel Plukker in Schagen, vrijdag 23 oktober in boekhandel Blokker in Heemstede, zaterdag 24 oktober in boekhandel Paagman in Den Haag en zondag 25 oktober in boekhandel Voorhoeve in Hilversum. Het boek is uitgeven door Atlas Contact (ISBN 978 90 254 7949 7, 352 pagina’s, 24,99 euro). Zie voor alle data van voorstellingen en meer informatie: www.freekdejonge.nl





