Fascinerende documentaire over Museum Fenix
Filmmaker Mark Bakker volgde vijf jaar lang de transformatie van een historische havenloods in Rotterdam tot Museum Fenix, een kunstmuseum over migratie. Een plek vol verhalen over wat het betekent om te vertrekken, te reizen en opnieuw te beginnen. Zijn fascinerende documentaire The Road to Fenix gaat donderdag 26 maart in roulatie in bioscopen in het hele land. Elk aspect krijgt daarbij aandacht: van de bouw en onderhandelingen voor de aankoop van kunstwerken tot persoonlijke verhalen achter de tentoonstellingen.
Het museum Fenix, dat vorig jaar 15 mei werd geopend door – hoe toepasselijk! – koningin én migrant Máxima, kijkt uit over de kades waar de afgelopen eeuw het leven van miljoenen mensen veranderde. Het museum is gehuisvest in een havenloods uit 1923. Ooit was dit de grootste op- en overslagloods ter wereld, ontworpen door architect Cornelis van Goor en gebouwd in opdracht van de Holland-Amerika Lijn. Het pakhuis heet dan nog Loods San Francisco en is 360 meter lang.
Glimmende ‘Tornado’ naar boven (en naar beneden)
Sommige mensen vertrokken rond de vorige eeuwwisseling per schip naar Amerika of Canada, anderen kwamen aan vanuit verre landen naar Nederland. In het hart van de Fenixloods op Katendrecht verrees de nieuwste toevoeging aan de Rotterdamse skyline: de roestvrijstalen Tornado. Een trap, uitkijkpunt en kunstwerk in één, ontworpen door de Chinese architect Ma Yansong van MAD Architects: een dubbele, gedraaide trap die omhoog wervelt naar een uitkijkpunt boven het dak.
De bouw van de Tornado vormt een rode draad in de documentaire. Ma Yansong ontwierp een futuristische toevoeging aan de ruim honderd jaar oude loods. Twee trappen voeren bezoekers met een zelf te kiezen route naar het panoramadak. Dankzij de ronde vormen lijkt het alsof de Tornado beweegt. Daarmee weerspiegelt het ontwerp de reuring en geschiedenis van de kades. De architect zette de tekening voor de tornado in één krabbel op papier, met ernaast nog een reusachtige meeuw. Want meeuwen trekken ook over de hele wereld. Maar die reusachtige meeuw bleek te groot en te gevaarlijk.
‘Eén grote grabbelton’
The Road to Fenix volgt de mensen achter Fenix. Wim Pijbes – ex-Rijksmuseumdirecteur en tegenwoordig de drijvende kracht achter de Rotterdamse stichting Droom en Daad, komt veel in beeld en veel aan het woord. Hij stond aan de basis van Fenix. Directeur Anne Kremers houdt het evenwicht tussen toegankelijkheid, diepgang en nuance. En conservator Hanneke Mantel doorzoekt archieven op zoek naar foto’s die de vele gezichten van migratie verbeelden. De schrijver Abdelkader Benali – ook conservator – weeft objecten, teksten en getuigenissen tot een verhaal over thuis, herkomst en toekomst. Benali zegt in de documentaire: “Het museum moet één grote grabbelton worden. Migratie is niet een probleem, het is de hartslag van de beschaving”.
In het museum worden kunstwerken geëxposeerd van onder anderen Beya Gille Gacha, Shilpa Gupta, Raquel van Haver, Hans Holbein de Jonge, Willem de Kooning en Efrat Zehavi. Die kunstwerken belichten vertrek en thuiskomst, heimwee en hoop, liefde, verlies en geluk. De schoonheid gaat samen met frictie – over representatie, herkomst en eigenaarschap. The Road to Fenix is een uitnodiging om mee te bewegen, langs verhalen en ruimtes, omhoog langs de Tornado, naar het dak waar de stad zich opent.
Nieuwe aanwinst: The hammer worker
Op de première van de documentaire werd bekendgemaakt dat het museum als eerste Nederlandse museum een bronzen sculptuur heeft verworven van Anton van Wouw (1862-1945), een Nederlandse beeldhouwer die werkzaam was in de koloniën en die in 1945 in Pretoria overleed. Het beeld The Hammer Worker verbeeldt een mijnwerker en geeft een type migrant weer dat ook vandaag de dag wereldwijd voorkomt. Contractarbeiders, vluchtelingen, arbeidsmigranten en ongedocumenteerden zijn vaak werkzaam in fysiek veeleisende sectoren als de glastuinbouw of de vleesverwerkende industrie. Het bronzen beeld (60,5 x 66 x 24 centimeter) is gesigneerd en gedateerd ‘A van Wouw/ 1911 Joh-burg’.
‘Wordt dat een glijbaan?’
De documentaire is een veelomvattend en fascinerend kijkje in de keuken, waarbij de maker aandacht heeft voor zowel het bouwkundige als het inhoudelijke. Zo zien we hoe het ontwerp van de architect stap voor stap tot leven komt, maar we zien ook welke ideeën schuil gaan werken van diverse kunstenaars. Ook wordt aan buurtbewoners gevraagd hoe zij denken over de komst van het museum. Een kindje, die uitkijkt op het museum, vraagt aan zijn moder: ‘Wordt dat een glijbaan?’ En we zien hoe Wim Pijbes stevige prijsonderhandelingen voert op kunstbeurzen over de hele wereld.
The Road to Fenix is daarmee niet alleen een soepel vertelde reconstructie van hoe het nieuwe museum werd verwezenlijkt, maar de documentaire geeft ook inzicht in waar het voor staat en wat het wil bereiken. Het motto van het museum moest volgens Pijbes zijn: ‘Hoge kwaliteit, lage drempel’. Met als thema’s: thuis, identiteit, liefde, afscheid, geluk en grenzen. In de documentaire zegt Pijbes dat hij vindt dat die thema’s niet expliciet bij de objecten hoeven te worden vermeld: ‘Als de opstelling goed is, zijn de teksten niet nodig. Dat zou een onderschatting zijn van het publiek.’
Brandgevaarlijk
Heel spannend is het moment dat bij de constructie van de Tornado blijkt dat de RVS-bekleding hartstikke brandgevaarlijk is. Onder fel zonlicht kan het materiaal makkelijk vlam vatten. Wim Pijbes reageert geïrriteerd: “Waarom heeft niemand dit eerder bedacht?” Dit wordt opgelost met een coating en wanneer de tornado is geplaatst, wordt de stevigheid getest. Mensen staan op de tornado te springen en te stampen om te kijken of de constructie stabiel is.
Een spannend moment in de documentaire is ook een fikse ruzie op de kunstbeurs Art Bazel. Pijbes en Fenix-directeur Anne Kremers hadden een bepaald kunstwerk willen kopen. Als ze later met de kunsthandelaar willen onderhandelen, blijkt dat het kunstwerk al is verkocht aan een ander. Pijbes is boos: ‘We hadden een optie!’ De kunsthandelaar: ‘Helemaal niet’. Pijbes nu echt woedend: ‘Het zijn autoverkopers, die gasten!’
Erasmus en De Kooning
Heel mooi is de aandacht voor het portret van Erasmus, dat circa 1530 werd geschilderd door Hans Holbein de Jonge. De mensen van Fenix konden het ‘op een onbewaakt moment’ aanschaffen op een veiling. Van dit portret bestaan slechts drie exemplaren: de andere twee zijn in het Metropolitan Museum in New York en in Bazel. Het kleine portret – slechts 26 bij 22 centimeter – van de in Rotterdam geboren Erasmus is goed op z’n plek in dit museum, want de humanist, theoloog en filosoof schreef ooit: ‘Heel de wereld is mijn vaderland. Ik ben een wereldburger, overal thuis, of liever, een vreemdeling voor allen’.
De directie van Fenix is ook buitengewoon trots dat ze het schilderij Man in Wainscott konden bemachtigen van Willem de Kooning. Deze in de Rotterdamse Zaagmolenstraat geboren kunstenaar reisde in 1926 – een eeuw geleden – als verstekeling vanuit Rotterdam naar New York. Hij maakte later furore met zijn abstract expressionisme, maar hij schreef desondanks aan zijn vader: ‘En terwijl ik naar bed ga, denk ik aan de Zaagmolenstraat.’
Het Kofferdoolhof
De documentaire besteedt ook aandacht aan het ‘Kofferdoolhof’, dat in een grote ruimte in het museum geheel bestaat uit koffers in alle vormen, soorten en maten. In de documentaire vertellen mensen die zo’n koffer doneerden mooie verhalen. Leuk was dat ik, toen ik dit geweldige museum bezocht, zelf een miniatuur leren koffertje in mijn tas had. Daar bewaar ik mijn visitekaartjes in. Mijn koffertje mocht even bovenop een koffermuur liggen.
Er is ook aandacht voor verhalen van donateurs, zoals een stoel die werd uitgereikt aan Molukkers die aankwamen in het voormalig kamp Westerbork na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland kwamen. Op de eenvoudige houten stoel staan de letters R.E. gebrand: ‘rijkseigendom’. De stoel was dus slechts uitgeleend en bleef eigendom van het rijk.
Fenix is een belevenis
Er wordt ook uitgebreid ingegaan op hoe bepaalde kunstwerken zijn gemaakt, zoals Where are we going van Efrat Zehavi en Hands van Beya Gille Gacha. Nadat mijn oud-collega Jaap Augustinus en ik de documentaire hadden gezien in het Rotterdamse filmhuis Lantaren/Venster, bezochten we het museum. Wat een belevenis is deze nieuwe Rotterdamse attractie!
Ga de documentaire zien, maar vooral: ga het museum bezoeken! Fenix is een waanzinnige attractie, een beleving. Met die geweldige trap naar boven en het dakterras. Het is alleen jammer dat de Museumkaart hier niet geldig is. Een ticket kost 15 euro voor volwassenen, voor jongeren van 19 t/m 25 jaar 7,50 euro en voor kinderen t/m 18 jaar is een bezoek gratis.
‘The Road to Fenix’ van Mark Bakker (distributeur MN Media) en is vanaf donderdag 24 maart in filmhuizen en bioscopen te zien in 28 steden. Het museum (Paul Nijghkade 5 in Rotterdam) op Katendrecht tegenover Hotel New York is dagelijks (behalve maandag) open van 10 tot 17 uur. Inlichtingen over de documentaire: www.theroadtofenix.nl en over het musuem www.fenix.nl














