Meer dan De Mallemolen en de moord; véél meer

 

Marc Didden (47) is in het dagelijks leven decaan bij het Eijkhagen College in Landgraaf, maar hij is ook schrijver, bewonderaar en liefhebber. Begin juli verscheen zijn boek Het verschijnsel Wim Hogenkamp. Een biografie over de singer-songwriter, acteur, cabaretier Wim Hogenkamp (1947-1989). Marc Didden wil diens werk en de persoon zelf in leven houden. Dat is mooi, vooral omdat Wim Hogenkamp 37 jaar na zijn dood vrijwel vergeten is. Maar niet door pleitbezorger Marc Didden, die tien jaar was toen Hogenkamp overleed. Alleen al daarom hulde dat hij dit boek schreef.

door Anne-Rose Mater-Bantzinger

Wim Hogenkamp

Wim in de box (familiearchief)

Op de omslag van het boek staat een citaat van kleinkunstconnaisseur Kick van der Veer: ‘Goed dat dit boek er is.’ En dat is inderdaad goed. Marc Didden is duidelijk een groot bewonderaar van Wim Hogenkamp en wil niets liever dan hem terug in de aandacht brengen. En dat lukt aardig. Het boek kwam 8 juli uit en er is nu al sprake van een tweede druk.

Als iemand anno 2026 de naam Wim Hogenkamp nog kent, is het vanwege twee dingen: hij schreef in 1977 de tekst van Heddy Lesters Songfestivalklassieker De Mallemolen (muziek Frank Affolter) en hij werd in 1989 op 41-jarige leeftijd in zijn woning in de Nicolaas Maesstraat in Amsterdam doodgeschoten. Zijn levenloze lichaam werd door zijn moeder gevonden en de moord is nooit opgelost. Er kwam niet eens een verdachte in beeld. Eigenlijk te bizar voor woorden!

De moord die nooit werd opgelost

Wim Hogenkamp had – voornamelijk kortstondige – relaties met mannen én vrouwen. Wellicht had de moord iets te maken met het feit dat in 1988 werd geconstateerd dat hij aids had. Hij kreeg ernstige oogklachten, liep steeds moeilijker en voelde zich heel slecht. In de Boerhaave Kliniek zei hij tegen een vriend: ‘Ik ben dan wel 41, maar ik heb geleefd en ervaringen opgedaan voor iemand van 100.’ Na de raadselachtige moord werd gespeculeerd dat de moord wellicht een wraakactie was door iemand die vermoedde dat hij door Hogenkamp besmet was.

Een andere suggestie was dat Hogenkamp de moord zelf in scène had gezet. Euthanasie bestond in 1989 immers nog niet. Maar ja, dat zou het wel heel wreed zijn geweest, want hij kon verwachten dat zijn moeder – met wie hij heel close was en die een paar straten verderop woonde – hem zou vinden. Dat gebeurde daadwerkelijk op die fatale zondag 5 februari 1989. En de moord is dus nooit opgelost; ook niet na tussenkomst van pagagnosten.

Veelzijdig kleinkunstenaar

Wim Hogenkamp

Wim Hogenkamp, begin jaren zeventig (fotograaf onvermeld)

Ik begin dit stuk over de moord, omdat Marc Didden zijn boek er ook mee begint in het eerste hoofdstuk Een zondag in Amsterdam. De rest van het boek toont aan dat Wim Hogenkamp meer was dan De Mallemolen en de moord. Véél meer. De in 1947 in Groningen geboren Hogenkamp ontpopte zich in Amsterdam tot een veelzijdig kleinkunstenaar, singer-songwriter, acteur en zanger. Hij won in 1978 de Louis Davisprijs voor zijn lied Afscheid en een jaar later een Edison voor de elpee Heel gewoon.

Hij speelde in 1972 in de musical Hair, in 1975 in de legendarische toneelproductie Cyrano de Bergerac en nam in 1979 de hoofdrol over van Robert Long in de door Seth Gaaikema geschreven musical Swingpop. Ook speelde hij kleine rollen in de tv-serie Q & Q en in de film A bridge too far. Hij zei in 1979 in een interview met Elsevier gortdroog over zijn acteercarrière: ‘Niemand zal me zich daarvan herinneren. Mijn optredens bestonden voornamelijk uit geeuwen, mompelen of spelen voor derde pilaar van rechts. Toch was het een leuke tijd.’

Wim Hogenkamp trad overal en nergens op; hij zong op 30 april 1979 een lied tijdens de televisieshow Alstublieft Majesteit ten overstaan van de zeventigjarige koningin Juliana (de legendarische uitzending, waarin Jos Brink de koningin een kus gaf), hij trad in 1981 op tijdens het Knokke Festival (in badjas en op sokken, want daar voelde hij zich lekker in), in 1984 deed hij een serie ochtendconcerten in de Sonesta Koepelkerk in Amsterdam en hetzelfde jaar zong hij in het Concertgebouw in Classical Beatles.

Maar echt beroemd werd Wim Hogenkamp niet. Daar was zijn werk te veel ‘niche’ voor; hij was niet in een hokje te plaatsen. En dat is zonde, want zijn teksten zijn intelligent, origineel en verrassend. Zoals zijn liedjes Mijn zoon was een terrorist – ‘Mijn zoon was een terrorist/ Dat is hij nu niet meer./ Bij een of andere actie, daar knalden ze hem neer’ – en Tandenborstel met de beginregels ‘In den beginne:/ Zeg maar/ Vin je ’t naar/ Als ik je tandenborstel leen’ en aldus eindigend: ‘Maar van mijn borstel/ Mijn tandenborstel/ Mijn eigen tandenborstel/ Blijf je af/ Want ik wil geen samenborstel/ En ik wil geen onze borstel/ Geen familieborstel/ Of eengezinsborstel/ Ik wil alleen gewoon mijn eigen/ tandenborstel’.

Hij erkende zelf dat hij de pech had dat zijn eerste elpee Heel gewoon vier jaar na Robert Longs elpee Vroeger of later uitkwam. Hij werd door menigeen vergeleken met Robert Long; ook door zijn manier van zingen. Hogenkamp zag die gelijkenis zelf ook wel, maar hij wilde positiever zijn dan Long. Hij was een optimist. Hij was van mening dat je de dingen positief moest blijven zien. Marc Didden citeert hem aldus: ‘Ik houd niet van plastic glimlachjes; ik haat onechtheid. Geef mij maar echtheid’.

‘Confusical’ De Ballen

Wim Hogenkamp

Affiche van de eerste Nederlandse ‘confusical’ De Ballen

Toon Hermans gaf hem in 1978, nadat hij de Louis Davidsprijs had gewonnen voor het liedje Afscheid, een mooi compliment: ‘Ik geef je geen prijs, maar ik wil je wel even vertellen dat ik je ‘echt’ vind. En je zult zien, je wordt een heel groot artiest.’ Ik herinner me Wim Hogenkamp vooral van de ‘confusical’ De Ballen, die hij ik in 1982 zag in het Garden Theater van Joop Braakhekke en die hij speelde met Gerrie van der Klei. De Ballen is een van de beste kleinkunstvoorstellingen die ik ooit zag. Ik zie nog zo voor me hoe Gerrie van der Klei achter in de zaal haar entree maakte: achter een loeiende stofzuiger. En wie bedenkt in hemelsnaam om een voorstelling aan te duiden als ‘confusical’. Het getuigt van een eigenzinnige, originele manier van denken.

Wim Hogenkamp komt in het boek naar voren als talentvol, onrustig, eigenwijs, eigengereid, eigenzinnig, ongrijpbaar. Hij haatte goedkoop entertainment. Zijn credo was: ‘kom op tijd, ken je tekst, dan is er ook ruimte voor een gebbetje’. Hij was iemand die dingen niet per se perfectioneerde en verfijnde. Zijn moeder zei ooit: ‘Als hij van iets heeft geproefd en gezien heeft dat hij het kan, dan heeft hij het gehad. Hij heeft zich dan bewezen.’ Hij hoopte met zijn liedjes mensen aan het denken te zetten.

Willem Oltmans

Marc Didden schrijft in zijn boek slechts terzijde over het liefdesleven van Wim Hogenkamp. Wel stipt hij aan dat de journalist Willem Oltmans hem geregeld noemt in zijn memoires. Zoals op 28 maart 1970: ‘Misschien is inderdaad de tijd gekomen om over te stappen en met Wim Hoogenkamp [sic] een relatie te beginnen.’ Didden noemt in een korte alinea dat ene Bart zijn grote liefde was en dat deze Bart in het holst van de nacht vertrok; net zoals Hogenkamp schreef in zijn liedje Afscheid: ‘Je had toch op z’n minst behoorlijk afscheid kunnen nemen/ in plaats van zo de trap af in het donker op je tenen’.

In het boek komt terloops en zonder details de Peruaanse minnaar Mauricio ten tonele en er is sprake van relaties met vrouwen. Maar Wim Hogenkamp lijkt toch vooral een ‘loner’. Hij had, zo vertelde hij in 1982 aan Johan Berenschot in een interview met De Gaykrant een haat-liefdeverhouding met de gayscene: ‘Bepaalde kanten van de gayscene vind ik heel ergerlijk. Ik vind dat in nichtenkringen erg gediscrimineerd wordt. Dat is het ergste wat er is: jezelf discrimineren.’

En: ‘Zo had je leernichten en die keken weer neer op relnichten. Iedereen had zijn eigen plekje en kwam je toevallig in je spijkerbroek terecht tussen leernichten, dan werd er op je neergekeken.’ Hij had zelf ook zijn voorkeuren: ‘Dan vind ik het pisbakkenleven op klaarlichte dag verschrikkelijk, en ook het donkerekamersyndroom vind ik niet zo prettig. Op leerfeesten zul je me ook niet vaak zien.’

De Suikerhof

Wim Hogenkamp

Wim Hogenkamp bij theater/café-restaurant De Suikerhof aan de Prinsengracht (fotogaaf onvermeld)

Er waren grote vriendschappen, zoals met Gerrie van der Klei, zijn componist en begeleider Rob Roeleveld en met de cabaretière Hanny Kroeze. Laatstgenoemde runde samen met Hogenkamp en diens broer Rob – later en nog altijd haar echtgenoot – theaterrestaurant De Suikerhof aan de Prinsengracht. Kroeze trad hier ook op en ze verzorgde Wim Hogenkamp aan het einde van zijn leven. Met De Suikerhof was Wim Hogenkamp een voorloper, want hier opende hij in 1988 een ‘diner spectacle’ waarbij het bediend personeel de zangers en cabaretiers waren. En dat was ver vóór Pasta di Basta en vergelijkbare locaties. 

Het is mooi dat Marc Didden in zijn boek veel teksten van Wim Hogenkamp afdrukt. Ook zijn gedicht over de dood, dat Gerrie van der Klei bij zijn uitvaart voorlas en dat zo begint: ‘Ik weet dat ik moet sterven,/ maar dat weet ik al zo lang./ Daar kan ik rust in vinden/ en toch toch ben ik bang’. Achterin het boek staan teksten van veel liedjes en ook een qr-code, waarmee liedjes te horen zijn, de theatershow Heel gewoon, de integrale video van De Ballen én – vooral dat is bijzonder – twaalf liedjes, die zijn componist Rob Roeleveld vond op casettebandjes en die nooit zijn uitgebracht.

Wim Hogenkamp

De schrijver Marc Didden (fotograaf onvermeld)

Er zijn ook tien pagina’s met bronnen en Marc Didden heeft veel vrienden en oud-collega’s gesproken. Kortom – om Kick van der Veer nogmaals te citeren – ‘het is goed dat dit boek er is’. Didden schrijft in zijn nawoord dat hij heeft geprobeerd een zo eerlijk mogelijk verhaal over Wim Hogenkamp te vertellen, als artiest en als persoon.

En ook: ‘Ik zou u vooral het volgende willen meegeven: luister naar Wim Hogenkamp. […..] Geniet van zijn stem, zijn teksten en zijn prachtige muziek’. Didden heeft al in 2013 in overleg met de familie een facebook-pagina over hem geopend. Hij zette ook beelden van hem op youtube. Een goed initiatief, want er zijn geen cd’s en er staat niets van Hogenkamps op Spotify. Het is het streven van Marc Diddens om een talentvol man in leven te houden. Het boek loopt trouwens zo goed dat er nu al sprake is van een tweede druk.

Het verschijnsel Wim Hogenkamp, geschreven door Marc Didden en uitgegeven door Just Publishers bv (256 pagina’s, paperback, ISBN 97890 8975 857 6, kosten € 23,99). Zie: www.justpublishers.nl of www.wimhogenkampweb.wordpress.com