De Posthoorn en Sama Sebo. Twee namen van één zaak met twee gezichten en een rijke historie. Op de hoek van de P.C. Hooftstraat en de Hobbemastraat treed je binnen in een authentiek bruin café, via de ingang verderop in de Hobbemastraat kom je terecht in een Indonesisch restaurant. Twee ogenschijnlijk gescheiden werelden, die vijftig jaar geleden onder leiding van Sebo Woldringh (1933-2009) en zijn ex-vrouw Gea Kok (78) aan elkaar werden verbonden.

Sherry Inn, Tearoom en Restaurant De Posthoorn bestaat 125 jaar. Mevrouw A.M. Hartman-Hemmlé, uitbater van dit establissement, deed haar horeca-onderneming op 3 november 1969 over aan het echtpaar Woldringh-Kok. Een halve eeuw. De charismatische Sebo Woldringh, die ooit gold als ‘de generaal van de P.C.’ en die in 2009 op 76-jarige leeftijd overleed, was het gezicht van de zaak. Zijn ex-vrouw Gea was, totdat het huwelijk in 1979 strandde, ook elke dag aanwezig. Als keizerin in de bediening, met om haar middel een zogeheten ‘eva-shortje’. Iedereen heeft het altijd over Sebo, maar wij namen samen een halve eeuw geleden De Posthoorn over,” zegt de kwieke 78-jarige Gea Kok aan de vooravond van het gouden jubileum, in Sama Sebo gezeten achter een smakelijk bordje saté. Ze vertelt over de begintijd. Sebo Woldringh was een horecaman in hart en nieren. Hij werkte vanaf 1952 tot de tweede helft van de jaren zestig als gastheer in het fameuze Restaurant Bali in de Leidsestraat. In een Amerikaanse documentaire, in 1956 gemaakt door Bing Crosby Productions over wat er in Amsterdam voor Amerikaanse toeristen te doen is, legde de toen 23-jarige Sebo enthousiast uit wat een ‘rice table’ was.

Met dank aan Freddy Heineken

Het probleem was dat in Restaurant Bali vier kapiteins op één schip zaten,” zegt Gea Kok. “De leiding lag in handen van Sebo, zijn moeder Dinie Woldringh-Elfring, haar broer Max Elfring en diens zoon Max Junior. We waren in die tijd allemaal niet vies van een glaasje. Soms haalden we na sluitingstijd de hele nacht door. Toen Sebo weer eens te laat op zijn werk kwam, werd hij door vader en zoon Elfring op staande voet ontslagen.” In die tijd leefde het echtpaar Woldringh-Kok gescheiden van tafel en bed. Zij woonde elders in de stad met hun in 1963 geboren zoontje Sebo Jan. Na zijn ontslag zocht een ontredderde Sebo soelaas bij zijn ex, die hem aanspoorde om een eigen Indonesisch restaurant te beginnen. Samen. Zijn moeder Dinie steunde hem financieel. Belangrijker was de steun van biermagnaat Freddy Heineken, met wie Sebo Woldringh bevriend was. Dankzij hem konden Sebo Woldringh en Gea Kok in 1969 De Posthoorn overnemen van voornoemde mevrouw A.M. Hartman-Hemmlé. Dat was in de tijd dat de P.C. Hooftstraat nog een gewone woon- en winkelstraat was. Met een slager, een bakker, een kruidenier en een fourniturenwinkel.

Postkoets met paarden

Op 3 november 1969 opende het etablissement onder leiding van de echtelieden Woldringh en Kok, die zich hadden verzoend en die met hun zesjarige zoontje Sebo Jan boven de zaak gingen wonen. Ze veranderden niets aan het interieur van De Posthoorn en aan de cafékant is een halve eeuw later nog steeds niets veranderd. Het glas-in-loodraam is nog altijd in tact, inclusief prominent de woorden ‘De Posthoorn’ en de afbeelding van een postkoets met paarden. Boven de bar hangen koperen potten en pannen en aan de wand hangt een tegel met de aloude horecawijsheid ‘Vriendelijkheid is een kosteloze investering met het hoogste rendement’. Sama Sebo is dus zeker niet louter een Indonesisch restaurant, naar vooral een kroeg, een praathuis, een huiskamer voor vaste jongens. In De Posthoorn heerst nog altijd de combinatie van gastvrijheid en Amsterdamse gezelligheid.

Biertjes en moppen

Aan de bar staan stamgasten garant voor de sfeer van ouwejongenskrentenbrood. Hier worden zowel biertjes als moppen getapt en hier begroeten vaste klanten en het personeel elkaar joviaal met een klap op de schouders en een ferme handdruk. Vrijwel iedereen spreekt elkaar aan met ‘jongen’ en ‘vriend’. Na de overname in 1969 bleef één personeelslid van de vroegere Posthoorn hier achter de bar werken: Dick Niehoff, die in de jaren vijftig bekend was geweest als lid van de destijds populaire zanggroep The Fouryo’s; met hits als ‘Zeg niet nee (nee, nee, nee)’. Nog datzelfde jaar nam Gea Woldringh-Kok de geboren Hagenees Fred Heimans als barman in dienst. Ze vertelt: “Fred zat hier als klant, toen ik in het voorbijgaan iets liet vallen. Fred pakte het ongevraagd van de grond. Die moet ik hebben, dacht ik meteen.” Dick Niehoff en Fred Heimans waren getapte jongens, die de sfeer in de kroeg bepaalden. Niehoff overleed in 2000, Heimans nam eind 2017 na 48 jaar afscheid. Hun opvolgers roepen sindsdien in De Posthoorn ook de sfeer op van een huiskamer.

Chez Sebo

Een tweede bar, die haaks in de zaak staat, fungeert al meer van vijftig jaar als afscheiding tussen het café en de bodgea. Aan de bars en in de bodega eten klanten zonder opsmuk hun ‘bordje Sama Sebo’ – nasi of bami rames – of hele rijsttafels. Aan de andere kant van de zaak begint het sjieke Indonesische restaurant met linnen tafelkleden en – voornamelijk Indische – obers in gebatikte hesjes. Het menu was niet meteen Indisch, toen het echtpaar Woldringh-Kok de zaak overnam. Eerst werd nog Hollandse pot geserveerd. Kroketjes en zuurkool, zoals in De Posthoorn al tientallen jaren gebruikelijk was. Sebo Woldringh had echter, na zijn horeca-verleden bij Restaurant Bali, meteen de intentie om er een Indonesisch restaurant maken. In januari 1970 werden voorzichtig de eerste sateetjes en bordjes rames geïntroduceerd. Er werd een Indisch klinkende naam aan De Posthoorn toegevoegd. Gea Kok: “Ik vroeg Sebo wat ‘met’ of ‘bij’ in het Maleis was. Sama! Zo ontstond de naam Sama Sebo. Een soort ‘Chez Sebo’.” Na de zomer van 1970 ging Sama Sebo over op een volledig Indisch menu, maar de zaak heeft nog steeds beide namen: Sama Sebo én De Posthoorn.

Na de ontvoering

Freddy Heineken bleef een goede vriend van Sebo Woldringh. Tot zijn ontvoering was hij een van de trouwste klanten van Sama Sebo. Zoon Sebo Jan zegt: “Meneer Heineken zat altijd aan ‘zijn’ tafel. Het enige tafeltje in de kroeg. Het staat er nog altijd. Dan pakte hij zwijgend een bierviltje. Uiteraard een Heinekenbierviltje. Hij schreef op de achterkant welke gerechten hij wilde en gaf het bierviltje zwijgend aan de barman. Zo ging het altijd.” Nadat Heineken op 30 november 1983 na zijn ontvoering was bevrijd, stuurde hij dezelfde avond vanuit zijn woning in Noordwijk naar Sama Sebo een auto met warmhoudpannetjes. “Van die campingpannetjes,” zegt Sebo Jan. “Mijn vader heeft die pannetjes gevuld met het favoriete eten van meneer Heineken, uiteraard zonder rekening. Hij kreeg later die avond een telefoontje vanuit Noordwijk: ‘Seeb, hartelijk dank. Je hebt me op een idee gebracht. ik laat in meer restaurants van die pannetjes bezorgen en geen horecaman durft mij iets te berekenen’.” Sinds zijn ontvoering kwam Heineken nog sporadisch bij Sama Sebo, immer vergezeld door meerdere beveiligers. “Dan kwam er twee Cadillacs voorrijden, waarvan één met draaiende motor voor de deur bleef staan,” zegt Sebo Jan. “Maar ja, Willem Holleeder en Cor van Houts kwamen hier ook en dat vond meneer Heineken niet zo leuk. Mijn vader weigerde nou eenmaal nooit iemand.”

De geboren opvolger

De broers Sebo Jan en Daniël Woldringh vormen tegenwoordig het management van Sama Sebo. Daniël werd in april 1970 zo ongeveer in de zaak geboren. “Ik was acht maanden zwanger en aan het werk, toen de bevalling voortijdig op gang kwam,” zegt zijn moeder. “Sebo deed net een boodschap op het Leidseplein. Toen hij toevallig opbelde, zei een barman dat het ‘water gebroken was’. Verdomme, zei Sebo, hebben we nou wéér lekkage! Nee, zei de barman, het is je vrouw.” Daniël Woldringh, die later die dag in het ziekenhuis ter wereld kwam, is tegenwoordig de geboren opvolger van zijn vader. Hij begon op zijn 21ste in de zaak en woont, net als zijn ouders vroeger, met zijn gezin boven de zaak. Op de eerste verdieping van het pand, boven de ingang van De Posthoorn, prijkt een levensgrote foto van Daniël in een rood-wit Ajaxtenue. Want die club wordt hier aanbeden. Achter de bar hangt een Ajaxshirt met de tekst ‘Kampioen 2018/2019 – # 34’. Johan Cruyff schreef ooit in het gastenboek: “Amsterdam staat bekend om een heleboel redenen: Rijksmuseum, Ajax, grachten, enzovoorts enzovoorts. Maar als je wilt eten, is de uitschieter Sama Sebo.”

Beroemdheden

De gastenboeken staan vol handtekeningen van wereldsterren als Tina Turner, David Bowie, Randy Newman, Rex Harrison, Woody Allen, Mohamed Ali en de astronaut Dave Scott. Ook Christina en Jorge Guillermo schreven hun namen in het boek; Christina zonder haar koninklijke titel. Verder staan in de gastenboeken van talloze loftuitingen van Nederlandse beroemdheden zoals Jan Wolkers, Jaap van Zweden, Herman Brood, Corneille, Ed. van Thijn, Jan Cremer en Babette Sijmons, Sylvia Kristel, Hans Teeuwen, Glennis Grace, Eberhard van der Laan, wie niet? Dries van Agt schreef ooit: “Dank te zeggen, is wat mij thans past. Hulde en dank van een glunderende gast.” Jeroen Krabbé noteerde op 8 mei 1978: Om de zorgen en het verdriet rond de dood van Ko van Dijk te vergeten, zijn we hier rust komen zoeken (en lekker eten) en dat is volkomen gelukt.” Rutger Hauer: De laatste keer dat zulke engeltjes zó over mijn tong piesten, was tijdens de draaiperiode van Max Havelaar in Indonesië”. André Hazes: Bedankt, het was perfect – met liefde voor de garderobemadam”. Liesbeth List schreef in 1977 “Wat heb ik heerlijk gegeten en ik kan het weten, want ik kom uit Bandoeng” en Anneke Grönloh een jaar later Zoals Sukarno genoten heeft van z’n vele mooie vrouwen, zo hebben wij genoten van een heerlijke lunch”.

Familiezaak

De broers Woldringh praten met genegenheid en respect over hun vader. Sebo Woldringh was een charismatische man en gold, immer tiptop gekleed in een aangemeten blazer met in zijn revers de gouden speld van Ajax, als de perfecte gasheer. Hij overleed in 2009 een half jaar voor het veertigjarig jubileum van de zaak. Maar nog elke dag wordt een kaars aangestoken voor zijn foto, zodra Sama Sebo de deuren opent. Dit is een zaak, waar traditie hoog in het vaandel staat. “Een familiezaak, die van vader op zoons overging en waar vaste gasten met hun kinderen komen eten,” zegt Daniël Woldringh. “Als die kinderen volwassen zijn, komen zij weer met hun kinderen.”